Bouwkundige gebreken

Asbest

Vooral na de oorlog is er veel asbest toegepast. Losgebonden asbest is vanaf 1993 vrijwel niet meer toegepast. Sinds 1 juli 1993 is de verkoop en de (beroepsmatige) toepassing van asbest verboden. Bij woningen gebouwd na 1993 is dus de kans om asbesthoudende materialen tegen te komen niet erg groot.

Of een product asbesthoudend is alleen met 100% zekerheid vast te stellen met een laboratoriumtest. Bij bezichtiging van een woning kan dan ook alleen worden bekeken of een materiaal 'asbestverdacht' is, tenzij een test heeft aangetoond dat het materiaal asbesthoudend is. Asbest treft men onder andere aan bij:

  • ventilatie- en rookkanalen en rioleringsbuizen en kruipluiken
  • daken, meestal van schuurtjes en garages, een enkele keer op daken van woningen
  • vensterbanken en schoorsteenmantels
  • vinyl vloerbedekking
  • afdichtingkoord gebruikt als afdichtingmateriaal bij schoorstenen, kachelruitjes, in CV-ketels, gashaarden, gevelkachels en allesbranders
  • onder CV-ketels, wanden van de CV-kast, stoppenkast, plafonds en trapbeschot

Badkamer

In een badkamer moet de hechting van de tegels voldoende zijn. Tegels die hol klinken en “trillen” zitten los. Vaak zijn er dan ook al scheuren in de voegen tussen de tegels zichtbaar.
Bad en douchebak moeten waterpas geplaatst zijn en de naden moeten waterdicht aansluiten op het tegelwerk door middel van bijvoorbeeld een kitvoeg. Dit kitwerk moet regelmatig gecontroleerd worden en eventueel vervangen worden.
Indien de douchevloer uit tegelwerk bestaat moet deze schuin aflopend richting de afvoer zijn uitgevoerd. Schimmel op wanden en plafonds duid op te weinig ventilatie. Bij oudere badkamers is er vaak sprake van een slechte ventilatie.







Beglazing

In verband met het verbeteren van de isolerende eigenschappen is er in veel woningen voor gekozen het enkele glas te vervangen door dubbele beglazing. Door het extra gewicht van dubbel glas kunnen deze kozijnen op termijn uit gaan zakken. De eerste tekenen zijn dan vaak dat het raam gaat klemmen. Vaak zijn ook de verkeerde glaslatten gebruikt om de nieuwe ruit vast te zetten. Er zijn dan geen ventilerende glaslatten toegepast. Bij een slechte kitvoeg tussen de glaslat en het kozijn kan water achter deze lat binnendringen. Het water kan niet meer weg omdat er niet geventileerd wordt, met mogelijk houtrot als gevolg.

Veel fabrikanten van dubbel glas verlenen 10 jaar garantie op de dubbele beglazing tegen lekkage. Let op deze garantie is vaak afbouwend. Daarnaast moet men onderhoud hebben gepleegd zoals indien noodzakelijk het vervangen van de kitvoeg.

 

 

 

Betonrot

Door carbonatatie, ook wel carbonatie genoemd, en chloride aantasting kan de wapening in het beton aangetast worden waardoor deze wapening gaat roesten. Door de slechte kwaliteit van het beton kan vocht bij de wapening van het beton komen. Door het roesten van deze wapening vindt er een volumevermeerdering plaats waardoor delen van het beton weggedrukt worden. Deze corrosie vindt voornamelijk plaats in vochtige omgevingen. Ook de dekking van de wapening speelt hierbij een rol. Dergelijke betonschade uit zich als eerste in de vorm van roestvlekken aan het betonoppervlak. Vervolgens ontstaan er scheuren in het betonoppervlak en tot slot kunnen delen van het beton afgedrukt worden.

 

 

 

 

 

Boktor en houtworm

De huisboktor is een van de schadelijkste houtvernielende insecten die ons land kent. Het is de larve van deze kever die meerdere jaren in het hout leeft en daarmee vooral kapconstructies vernielt. De schade die deze larven veroorzaken kan zodanig zijn dat de draagkracht van het aangetaste hout aanzienlijk verminderd wordt. Bij warm en zonnig weer kan men grotere larven horen knagen en na verloop van tijd boormeel aantreffen. Onder de buitenste laag van het hout zijn door de boktor vaak gangen gemaakt. Met een priem prik je dan makkelijk door de buitenste laag.

Houtworm kan het hout van meubels, houten vloeren, balken en andere voorwerpen lelijk aantasten. Houtworm maakt kleine ronde gaatjes van ongeveer 1 millimeter. Grotere gaatjes in het hout kunnen afkomstig zijn van de houtkever of de boktor.

Als de eitjes van de houtworm uitkomen vreten de larven zich in het hout in. Ze maken gangen, zowel in naaldhout als in loofhout soorten. Meestal wordt alleen het spinthout aangetast. De houtworm heeft een voorkeur voor hout, dat langere tijd in dezelfde positie blijft en enigszins vochtig is. Aantastingen vind je vooral in ruimtes die weinig worden gebruikt. De larve van de houtworm verblijft 3-4 jaar in het hout voordat hij als kever tevoorschijn komt. Ronde gaatjes in het hout met een doorsnede van 1-2 mm duiden op de aanwezigheid van houtworm. Uit die gaatjes zijn de kevers gekomen.

 

Brandveiligheid

Materialen zoals zachtboard trekken vocht en vuil aan en zijn brandgevaarlijk. Vanwege de brandveiligheid is het te adviseren om zachtboard plafond te vervangen door een wat meer brandveilig materiaal zoals gipsplaat. In het verleden kwam het nog wel eens voor dat bij het vervangen van zachtboard platen door gipsplaten, de gipsplaten werden geniet. Door het nieten kunnen de nietjes door de kartonlaag zijn geschoten en de gipsplaat door de nietjes zakken. Dit doorzakken is niet alleen een esthetisch probleem, de gipsplaat verliest voor een groot deel ook zijn brandwerende functie.

De afwezigheid van rookmelders is op zich geen gebrek aan een woning. Echter bij het ontbreken ervan is het dringende advies om toch rookmelders te plaatsen.

 

 

 

 

CV-ketel

Een cv-/combiketel is het hart van de meeste waterhuishoudingen in woonhuizen. Rondom een dergelijk apparaat is het vaak een wirwar van buizen in verschillende diktes (diameter), kleuren en kranen.

De leeftijd van een cv-ketel is belangrijk, maar ook wat voor een type ketel het is. De oude open ketels halen de zuurstof rechtstreeks uit de ruimte waar de ketels staan. Er hoort dan ook een gat in de muur of in het dakbeschot te zitten waar de zuurstof van buiten kan worden aangetrokken. In de isolatiedrift van bewoners is dat gat meestal dicht gemaakt en haalt deze ketel de zuurstof uit de ruimte waar de ketel staat. Vaak is dit ook nog in de buurt van een slaapkamer die op deze manier ook minder zuurstoftoevoer krijgt.

Stickers op de CV-ketel geven aan of er onderhoud is gepleegd. Een te lage druk op de meter kan betekenen dat hij toe is aan de jaarlijkse bijvulbeurt, maar het kan ook duiden op een lekkage in het systeem.

 

 

Dakbedekking

Craquelé (scheurvorming) is het gevolg van de verwering van de dakbedekkingslaag (vaak is dit bitumen) onder invloed van UV-straling en vocht. UV-straling gecombineerd met temperatuurverschillen en –wisselingen veroorzaken een ontbinding van de bitumenlaag. Er ontstaan haarscheuren en de bovenlaag van het bitumen verhardt, waardoor het bitumen de bewegingen van de ondergrond niet meer kan volgen.

Door onvoldoende reiniging kan de dakbedekking sterk vervuilen. De vervuiling vormt een voedingsbodem voor de groei van planten en struiken op het dak. Plantenwortels groeien op den duur veelal ter plaatse van de overlappen in de dakbedekking en in de eventuele isolatielaag. De mate van vervuiling is afhankelijk van de situering van het gebouw en vooral de schoonmaakfrequentie. De vervuiling bestaat in de regel uit organisch materiaal (bladeren, zand en aarde). Bij sterk en langdurig vervuilde daken ontstaan samengeperste aangekoekte vuilophopingen. De vuilkoek hecht zich vast aan de bovendeklaag van het dakbedekkingsysteem. Onder invloed van vocht en temperatuur treden in de vuilkoek spanningen op. De vuilkoek scheurt uiteindelijk. Doordat de vuilkoek is gehecht aan het dakbedekkingsysteem worden de spanningen als het ware hieraan doorgegeven. Afhankelijk van de kwaliteit van het dakbedekkingsysteem en de duur van het proces ontstaat scheurvorming van de dakbedekking.

Bij te veel water op het dak dat niet weg kan, en vooral bij een houten dak, bestaat de kans dat de houten constructie door gaat zakken. Het is dan van belang om te zorgen dat het water weg kan lopen door of het verbeteren van het afschot of het aanbrengen van een extra afvoer.

 

Dakisolatie

In het verleden werd het dak veelal aan de binnenzijde nageïsoleerd. Bij verbouwingen gebeurt dat nog regelmatig. Bij een zogenaamde koud dakconstructie zit het isolatiemateriaal onder het dakbeschot en tussen de balklagen. Bij de op deze manier geïsoleerde daken is het risico op inwendige condensatie groter dan bij een dak dat aan de buitenzijde is geïsoleerd. Door inwendige condensatie kan bijvoorbeeld houtrot ontstaan. Bij een dak dat aan de binnenzijde is geïsoleerd mag een dampremmende laag niet ontbreken. Deze dampremmende laag zorgt ervoor dat er geen vocht in de constructie kan komen. Belangrijk is ook dat de dampremmende laag intact is.

 

 

 

 

 

Dakpannen

De pannen moeten redelijk gaaf en onbeschadigd zijn, kantig van vorm en redelijk vrij van bramen en andere onregelmatigheden. Indien dit het geval is zal het pannendak de regen wel tegenhouden.

Een onregelmatige dekking kan lekkages tot gevolg hebben. Onvolkomenheden in de uitvoering kunnen zorgen voor een onregelmatige dakbedekking, waarbij de pannen te ver uit elkaar getrokken worden of teveel in elkaar geschoven worden. Bovendien kunnen oude dakpannen geschilferd, gescheurd, gebroken en uitgezakt zijn. Naarmate de pannen ouder worden nemen ze meer vocht op. Het vocht in de poriën bevriest en zet daarbij uit. Hierdoor schilferen de pannen in dunne lagen af.

Mosgroei komt het meest voor bij langzaam drogende dakpannen. Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn onder meer de poreusheid en de ruwheid van het dakbedekkingmateriaal. Vooral bij betonnen dakpannen is dit eerder zichtbaar dan bij keramische dakpannen.

Om zoveel mogelijk te voorkomen dat er vogels onder uw dakpannen kunnen komen is het aan te raden om een zogenaamde vogelschroot te plaatsen.

 

Elektra

Er mag geen verouderde draad met “rubber” isolatie aanwezig zijn. Blanke onder spanning staande bedrading mag niet met de vingers of hulpmiddelen aangeraakt kunnen worden. Leidingen dienen deugdelijk bevestigd te zijn, er mogen geen losliggende leidingen voorkomen.

Na 1970 is men overgegaan op een nieuwe kleurcodering van de bedrading. Eerst waren het de kleuren groen, rood, zwart en wit/grijs. Na 1970 zijn dit de kleuren bruin, blauw, zwart en geel/groen geworden.

In veel woningen ontbreekt ook nog de aardlekschakelaar. Deze dient ter beveiliging van de personen in de woning.

Indien er wel een aardlekschakelaar aanwezig is, is het belangrijk om deze regelmatig te testen, minimaal één keer per jaar. Controleer ook of de groepenkaart goed is ingevuld. Hiermee voorkomt u verrassingen.

 

 

Gordingen en sporen

Als gordingen en sporen (de balken die het dak dragen) te klein zijn, gaan ze doorhangen. Aan de buitenzijde is dit vaak goed te zien. De daken hangen door tussen de dragende muren en de eventueel aanwezige spanten. Je ziet dan een soort “ezelsrug”. Bovendien liggen de dakpannen dan vaak onvlak. Ook bij verbouwingen komt het voor dat door ondeskundigen wijzigingen worden aangebracht in de constructieve delen van kapconstructies. Om meer ruimte te creëren op de zolder, bijvoorbeeld door het bouwen van een dakkapel, worden delen van de gordingen weggezaagd, met als gevolg dat de sterkte van de bouwconstructie in het geding kan komen. Voor aanpassingen en constructieve problemen aan de kapconstructie kan men het beste advies vragen aan de constructeur.

 

 

 

 

 

Houten vloer

Met een houten vloer kunnen veel dingen aan de hand zijn. Zo kunnen de balkkoppen rot zijn door optrekkend vocht en condensatie. Er kan ook houtrot optreden bij betegelde (lekke) houten vloeren, bijvoorbeeld onder een badkamervloer. Bij sommige zoldervloeren dient de draagkracht verbeterd te worden wanneer de ruimte bijvoorbeeld als slaapkamer in gebruik wordt genomen. Wees voorzichtig met het aanbrengen van te zware belastingen op houten vloeren. Denk hierbij aan waterbedden en zware boekenkasten.

 

 

 

 

 

 

Houtrot

Vooral bij woningen gebouwd tussen 1995 tot 2002 laat de kwaliteit van de kozijnen te wensen over. Bij gelamineerd en gevingerlast vuren is snel houtaantasting aan de orde. Hier is het spinthout eveneens het meest kwetsbaar. De houtschade is meestal op drie plaatsen aan de orde. Ten eerste bij de lamineringen die loslaten en zodoende scheuren in de lengterichting van het hout laten zien. Ten tweede bij vingerlassen die eveneens loslaten en aanleiding zijn tot vochtopname. Dit resulteert vaak in houtrot. Een vingerlas is een verbinding met lijm in het hout. Het doel ervan is het hout te verlengen. Om het hechtvlak van de lijm zo groot mogelijk te maken, worden in de kopse kanten van de te verbinden houtdelen V-vormige groeven ingefreesd. De twee delen worden na infrezen en lijm aanbrengen onder hoge druk met elkaar verbonden. Ten derde ontstaat er vaak schade bij verbindingen onderling. Deze zijn om welke reden dan ook open gaan staan.

Verf heeft een signaalfunctie en veroorzaakt geen houtrot. Schilderwerk kan ook geen oorzaak zijn dat lamineringen en vingerlassen binnen korte tijd loslaten. Het is wel belangrijk dat er aan deze kozijnen regelmatig goed onderhoud wordt gepleegd.

 

 

Kwaaitaal

In de jaren zeventig zijn er veel woningen gebouwd. De vraag naar woningen was groter dan het aanbod. Er werd door de bouwwereld voortdurend gezocht naar snellere productie- en bouwmethoden. Daarom is bij de productie van betonnen elementen als verhardingsversneller naar het product calciumchloride gegrepen. Calciumchloride zit van nature ook in de toeslagstoffen van beton, echter in dusdanige geringe hoeveelheden dat dit over het algemeen niet tot problemen kan leiden. Door toevoeging van calciumchloride werd het beton veel sneller hard, wat voor de betonfabriek zeer interessant was. Betonvloeren waaraan calciumchloride werd toegevoegd waren van het type Kwaaitaal.

Door het toevoegen van calciumchloride in het mengsel was het mogelijk om de bekistingsmal vaker te gebruiken voor het storten van de vloeren, waardoor de productie opgevoerd kon worden. Men heeft niet bij elke productiegang calciumchloride toegevoegd, omdat het niet altijd nodig was om de bekistingsmal snel leeg te hebben, bijvoorbeeld aan het einde van de productiedag.

Of een vloer te veel aan calciumchloride heeft, is dus afhankelijk van de productiegang. Niet elke vloer uit die periode (van ongeveer 1965 tot ongever 1983) hoeft dus een risicovloer te zijn.

De chloridenschade kenmerkt zich door zogenaamde putcorrosie. Er ontstaan “putten” in de wapening en die verzwakken het wapeningsstaal. In eerste instantie is een aangetaste vloer herkenbaar door roestvlekken op het betonoppervlak. Op dat moment is de wapening vaak al gecorrodeerd. In de volgende fase scheurt het beton van de vloerelementen in de ribben, omdat de gecorrodeerde wapening in volume toeneemt. Daarna wordt de gehele betondekking van de wapening afgedrukt. Naarmate de schade verder vordert zal het corrosieproces sneller gaan verlopen, omdat zuurstof en vocht nog eenvoudiger bij de wapening kan komen.

Door de corrosie neemt de sterkte van de wapening af. Een sterke reductie van de sterkte van de wapening kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van de bewoners.

 

Mechanische ventilatie

Een bekend probleem is de slechte instelling van de ventilatie- en afzuigroosters. Na de inregeling van de afzuigroosters door de installateur bij de bouw of renovatie verandert de instelling meestal. Bewoners wijzigen zelf bewust de inregeling (tocht, geluidsproductie, energiekosten) of doen dit soms onbewust bij het schoonmaken. Door achterstallig schoonmaakonderhoud aan de ventilator of de mechanische ventilatiebox zal de ventilatie-capaciteit verminderen.

De ventilatieroosters moeten regelmatig worden gereinigd. De ventilatiebox moet jaarlijks gereinigd worden. Als dit niet gebeurt dan neemt als eerste de ventilatiecapaciteit af. Doordat het vet en vuil zich aan het schoepenrad hecht kan de ventilator ook nog in onbalans raken en veel herrie gaan maken. Ook het lager van de ventilator kan op termijn kapot gaan.

 

 

 

 

Metselwerk

Muren van massief metselwerk (steens of halfsteens), zijn niet waterdicht en dan kan er regen door de muur heen dringen. Kenmerkend voor regendoorslag is dat vooral bij regenbuien er direct daarna vochtplekken ontstaan. Vooral muren op de regenkant, het zuidwesten, hebben hier het meeste last van. Als gevolg van het doorslaande vocht kunnen zouten ter plaatse van de vochtige plekken 'uitbloeden'. Daarnaast tast het materialen aan, zokan er houtrot in plinten en balkkoppen en loslatend behang/stucwerk ontstaan.

Om die reden werd in het verleden bij dergelijke constructies vaak een betengeling (houten latten op een wand met daarop platen) aan de binnenzijde aangebracht, als een cosmetische oplossing. Meer structurele oplossingen waren een bepleistering aan de buitenzijde of een klampmuur aan de binnenzijde.

 

 

 

 

Riolering

Binnen de woning dient een lucht- en waterdicht rioolstelsel aanwezig te zijn. Indien er terugvoer van afvalwater plaatsvindt, kan dit het gevolg zijn van onvoldoende afschot (de leidingen lopen dan niet schuin genoeg af) of onvoldoende of geheel geen beluchting van het rioleringssysteem. In binnenrioleringen treden bij gebruik drukverschillen op. Door de stroming van het afvalwater in de standleiding ontstaat achter het water een negatief drukverschil, waardoor de stankafsluiters van de lozingstoestellen leeggezogen worden. Dit heeft een open verbinding met het riool en stankoverlast tot gevolg. Ter plaatse van het ondereinde van de standleidingen kunnen positieve drukverschillen optreden. Het afvalwater uit de stankafsluiters van lozingstoestellen die op dit deel van de standleiding aangesloten zijn, kan daardoor opborrelen. Dit kan gepaard gaan met overlast van borrelende geluiden en stankoverlast.

Een te gering afschot en tegenschot in de liggende leidingen van de binnenriolering veroorzaken de groei van afzetting op de binnenwand van de afvoerleiding. De mate van aangroei wordt bepaald door het type lozingstoestel en de wandruwheid van het buismateriaal. Vooral bij vet bevattend afvalwater, dat niet snel genoeg doorstroomt, vindt een afzetting tegen de koude wanden van de leiding plaats.

 

Schoorsteen

Het metselwerk van de schoorsteen kan scheuren door temperatuurwisselingen en -verschillen in en buiten de schoorsteen. Deze gebreken manifesteren zich veelvuldig indien op de schoorsteen een open haard of allesbrander wordt aangesloten.

Bij het verbranden van hout worden afvoergassen met een hogere temperatuur door de schoorsteen gevoerd dan bij het gebruik van gas- of oliekachels. Daardoor kunnen oude schoorstenen, die jarenlang onbeschadigd dienst hebben gedaan, plotseling alsnog scheuren.

Door inwerking van vocht in de bovenzijde van de schoorsteen, en het daarna vriezen, kan de kop van de schoorsteen, bestaande uit rondgesmeerde specie, scheurvorming gaan vertonen.

Een schoorsteen kan onvoldoende functioneren als gevolg van een technisch gebrek. Het schoonhouden (van vogelnesten) en vegen van de schoorsteenkanalen dient regelmatig te gebeuren. Bij een asbest rookkanaal loopt de schoorsteenveger risico dat er vezels vrijkomen bij het schoorsteen vegen. De schoorsteenveger zal wellicht weigeren om te vegen.

 

Slecht voegwerk

Het slechte voegwerk kan gedeeltelijk ontbreken of los zitten. Als de voeg verzand is houdt dit in dat de samenhang van de voeg tussen de zand- en cementkorrels onderling slecht is. Met bijvoorbeeld een priem is het voegwerk dan gemakkelijk geheel of gedeeltelijk te verwijderen. Ook een holle klank achter een voeg wijst op een gebrek aan hechting van de voegmortel met de onderliggende metselspecie.

Wanneer bouwkundige maatregelen geen oplossing kunnen bieden in het voorkomen van vochtdoorslag kan het vochtwerend maken (hydrofoberen) van de gevel worden overwogen. Niet iedere gevel is daarvoor geschikt; het metselwerk en het voegwerk moet aan een aantal minimale voorwaarden voldoen. Laat eerst onderzoek doen door een deskundige.

facebook-share